In de ijstijd blies de wind enkele hoge landduinen op. De boeren maakten er in de Middeleeuwen soms akkerrandwallen van. Ze verhoogden of verlengden de natuurlijke landduinen. Er was zand in overvloede in de omgeving. Achter de wallen lagen derhalve de akkers goed beschut. Op de wal werden vaak bomen en struiken geplant ten behoeve van het vastleggen van het zand. In het gebied liggen drie fraaie landduinen of akkerrandwallen. Rond de akkers legde de boeren houtwallen aan wat beter bekend staat als 'verstreping'. Dit waren langgerekte, smalle akkers. De eerste akkers in Hooge Heide Midden stammen uit de 14e eeuw. Van oudsher werd er graan geteeld. Het gebied kenmerkte zich verder door korenbloemen, klaprozen en gele ganzenbloemen. In het kort een zeer rijke historie wat zich niet laat vangen in deze samenvatting.